Spiderman

Vroeger ging je met schoolreisjes naar de speeltuin of, als je heel veel geluk had, naar de efteling of zo. Tegenwoordig gaat dat wel anders. In Spider-man gaat de klas van Peter Parker (Tobey Maguire) op schoolreisje naar een high-tech laboratorium waar ze spinnen “samenstellen”. En natuurlijk word je uitsluitend een spiderman als je door een rood met blauw exemplaar in je vingers gebeten wordt. Maar een superheld is uiteraard niks zonder een aartsvijand, dus op een andere plaats in de stad moeten we die ook nog even een creëren. Daarvoor heeft men een ander laboratorium op het oog, waar -uiteraard- een zakenman genaamd Norman Osborn (Willem Dafoe) bij gebrek aan toestemming voor testen op andere mensen zichzelf onderwerpt aan de experimenten. En natuurlijk gaat dit mis. Hij komt uit zijn test als een schizofrene gek op een soort zwevende surfplank met de theatrale naam Green Goblin die om zeer onduidelijke redenen heel New York platslaat (tegenwoordig hebben we daar niet eens meer stripfiguurachtige karakters voor nodig). Tobey Maguire zet niet alleen door zijn goede acteerprestaties maar vooral ook door zijn uiterlijk van ‘doorsnee jongen’ een overtuigende antiheld neer die per ongeluk ontdekt dat hij speciale gaven heeft. Juist dit beeld, van een jongen die niet bijzonder knap, niet bijzonder handig en niet bijzonder populair is maakt de rol van Spiderman geloofwaardig. Het eerste spiderman-kostuum (het kan ook niet altijd meteen goed) is bijvoorbeeld een geniaal detail. Maar een superheld is geen superheld als er geen onbereikbare liefde en de daarbij horende portie leed zit. Ook Kirsten Dunst zet haar rol als Mary Jane, het buurmeisje van Peter en -uiteraard- degene waar Peter stiekem verliefd op is erg overtuigend neer. Uiteindelijk wordt de driehoeksverhouding uitgewerkt tussen Peter Parker, Mary Jane en Peter’s beste vriend Harry Osborn (James Franco) die toevallig ook de zoon van de Green Goblin is, zonder het zelf te weten.

Eigenlijk is Spiderman een ontspannende film waar je zeker niet te veel bij na moet denken, want dan bestaat de kans dat het flinterdunne verhaaltje zijn overtuigingskracht verliest. Die hangt namelijk voor de kritische kijker aan een zijden draad vergelijkbaar met wat Spiderman uit zijn polsen kan toveren. Door het gebrek aan gezichtsuitdrukkingen van de Green Goblin is de film soms net een mix tussen Batman en de Power rangers. Heel veel details die een film zoals deze memorabel kunnen maken ontbreken, zoals een degelijke filmmuziek, waardoor je je als bezoeker afvraagt of er eigenlijk überhaupt muziek bij zat. Men heeft in deze film geprobeerd om het verhaal ondergeschikt te laten zijn aan de special effects, terwijl we na Jurassic Park toch allemaal wisten dat dat geen oplossing is voor een zwak verhaal. Het enige dat deze film echt memorabel maakt is dat hij eigenlijk al ruim een half jaar geleden in de bioscoop had moeten zijn. En dat het einde van de film veranderd is. In de finale tussen Spiderman en de Green Goblin zou een web van Spiderman, gesponnen tussen de twee torens van het World Trade Center in New York de uitkomst moeten zijn. Maar na 11 september was dit uiteraard geen optie. Het einde is veranderd, en het WTC is nergens in de film meer in de skyline te zien. Dit maakt Spiderman dan ook een van de eerste films in een New York zonder de meest indrukwekkende gebouwen van deze stad. En om dat te zien, dat is toch wel even slikken.